Oude rommel opruimen graag! Hoeveel “beslagen” liggen er te roesten bij het Kadaster?

Recent[1] wees de voorzieningenrechter in Den Haag een vonnis dat de verkoper van een vastgoed mogelijk in grote problemen zal brengen. De eiser vorderde in kort geding opheffing van een in 1998 gelegd conservatoir beslag.

Wat de eiser voor gronden aanvoerde is niet duidelijk uit het vonnis. Mogelijk is hij erfgenaam en wil hij het beslagen pand verkopen; ook kan hij zelf de schuldenaar zijn van het destijds gelegde beslag.

Het is mij niet bekend hoeveel “beslagen” er nog bij het kadaster liggen te roesten. De vraag is of roesten de goede term is. Beslagen verjaren niet, de titel uit kracht waarvan ze gelegd zijn wel. In de afgelopen 2 jaar heeft de Hoge Raad zich herhaaldelijk over verjaring van tenuitvoerlegging gebogen. Het vervelende met beslagen op registergoederen is dat het beslag weliswaar kan zijn vervallen om wat voor reden dan ook maar dat de inschrijving niet is doorgehaald.

In dit geval is de eiser naar ik uit het vonnis afleid niet over een nacht eis gegaan: hij wordt nu evenwel geconfronteerd met een persoon die stelt erfgenaam te zijn van de gedaagde die overigens conform 54 Rv (openbaar) is gedagvaard, al dan niet aan de oorspronkelijk gekozen woonplaats voor zover die nog bestaat….

De voorzieningenrechter twijfelt begrijpelijkerwijs en spreekt niet ontvankelijkheid uit. De eiser zal zijn pijlen nu waarschijnlijk op de zoon gaan richten vooropgesteld dat aangenomen mag worden dat de erfenis heeft aanvaard. Zo ja, dan doemt de interessante vraag op of de zoon als rechtsopvolger aan de gekozen woonplaats mag worden gedagvaard, een vraag die ik in ieder geval met ja beantwoord. Dit onverminderd de vraag of de zoon de enig erfgenaam is.

Hoe dan ook: dit levert een hoop extra kosten en tijdverlies op. Te hopen is dat eiser niet al verkocht heeft met een boete beding.

Is er een pasklare oplossing voor dit soort gevallen? Natuurlijk niet, al was het maar omdat van geval tot geval beslist zal moeten worden of er wel werkelijk een onterechte inschrijving is. Sommige beslagen blijven niet voor niets lang liggen.

Recent hoorde ik een verhaal over een conservatoir beslag uit 1980 dat niet was doorgehaald. Een notaris stuitte op een fout van zijn voorganger die in 1994 had getransporteerd en zelfs een hypotheek had gevestigd (!). De koper was overleden en zijn erfgenamen wilden verkopen: er lag zelfs een getekend koopcontract. Van de beslaglegger ontbrak ieder spoor (een naam in de trant van Jan Janssen, wonende te Amsterdam), advocaat was al lang uit functie en geëmigreerd en deurwaarder was overleden. Er was wel een concept volmacht in 1986 toegezonden maar die was nooit getekend.

Het probleem werd opgelost door de opvolgende deurwaarder (opvolger in de praktijk) die gewoon royeerde. Praktisch uiteraard maar niet zonder risico’s, je weet immers maar nooit. Dit speelt denk ik veel en veel vaker en zal dan heel stilletjes worden afgewikkeld.

Soms ligt de bal bij een RC op grond van art. 33 Fw. Hij kan immers doorhaling gelasten maar dan moet hem/haar dat wel gevraagd worden. Notarissen ruimen dit soort rommel ook niet altijd op en zij zijn toch bij uitstek degenen die dit tegenkomen.

De enige die niets kan en zal doen is de bewaarder: hij kan immers enkel afwachten totdat iemand met een akte aan komt zetten. Partijen kunnen allerlei redenen  hebben een inschrijving in stand te laten.

Het kadaster zit vol met achterhaalde inschrijvingen. Mij is het voorbeeld uit mijn studietijd bijgebleven over een perceel grond van 2 m2 waarvan de eigenaar in 1880 was overleden terwijl nabestaanden onbekend waren. Het perceel moest worden overgedragen in verband met de aanleg van een autoweg. Onteigening is dan de enige oplossing en art. 20 Onteigeningswet wijst de weg voor betekening.

Die bepaling is trouwens curieus: het is voor zover mij bekend de enige situatie waarin je geen erfgenamen mag dagvaarden.

 

[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:4931

By |2017-06-08T10:12:27+00:008 juni 2017|Cases|1 Comment

About the Author:

Meer weten over deze of andere interessante cases? Heeft u zelf een complexe zaak die u eens vrijblijvend wilt voorleggen? Neem contact met mij op, u kunt mij telefonisch bereiken op 023 - 5613465 of per e-mail via maarten@debloggendedeurwaarder.nl.

One Comment

  1. Jos Rutten 20 juni 2017 at 08:47 - Reply

    Beste Maarten, een interessante case waar bijna elke deurwaarder van tijd tot tijd mee te maken zal hebben. Ik reageer graag omdat ik in jouw blog, maar ook in de uitspraak van de voorzieningenrechter, een belangrijke regeling mis. Niet alleen de Faillissementswet en de Onteigeningswet bieden namelijk een oplossing voor dergelijke waardeloze inschrijvingen. Artikel 3:29 BW geeft een algemene regeling hiervoor voor een inschrijving, waarvan niemand het initiatief tot doorhaling neemt. Bijzonder aan deze regeling is dat het dagvaarden van ingeschrevenen in het Kadaster voldoende is. Hiermee worden “tevens gedagvaard al zijn rechthebbenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen”, aldus het eerste lid van deze bepaling. Deze regeling is er juist ter voorkoming van het probleem waarvoor de voorzieningenrechter zich in de aangehaalde uitspraak gesteld zag. Het dagvaarden van de ingeschrevene volstaat, overleden of niet. Het is vervolgens aan de rechter om maatregelen te bevelen om eventuele onbekende rechthebbenden (bijv. erfgenamen) in kennis te stellen van de procedure (lid 2). Heel snel is de procedure weliswaar niet (het is een bodemprocedure), maar in potentie wél doeltreffend. Het biedt de deurwaarder die – terecht – huiverig is voor het doorhalen van een oude inschrijving zonder opdracht van de beslaglegger ook een goede escape. Hij kan het verzoek tot doorhaling beleefd en op goede gronden weigeren, maar tegelijkertijd een advies geven voor een oplossing.

Leave A Comment