E-court: een rectificatie en een nadere beschouwing

Het is een mooi dat mijn blog over e-court zo snel opgepakt werd. Dinsdag de 23e (de dag na publicatie) was er al een uitvoerige reactie van het LOSR. In de loop van de afgelopen week werd de druk op mij opgevoerd voor een reactie, zelfs het verzoek het offline te halen in verband met feitelijke onjuistheden. Wat ik zelf stelde: als je iets fout doet herstellen en dan op dezelfde plaats en dat doe ik bij deze ook.

Het klopt dat het LOSR zweeg over de term robot rechter. Toen ik het blog schreef lagen voor mij twee  “aanvallen” op e-court die op dezelfde dag naar buiten kwamen, ik had in mijn blog wel een duidelijke scheiding moeten aanbrengen.  Bij deze doe ik dat alsnog.

De notitie elk exploot is een ambtshandeling is de vrucht van een debat waarbij het niet ging – het zij herhaald – om uitbreiding van het exploten aantal maar wel de grenzen te verkennen van wat wel en niet mag waarbij de praktijk ernstig wordt gehinderd door het ontbreken van een definitie.  De stelling in de tuchtrechtelijker uitspraak uit 2011 http://tuchtrecht.overheid.nl/ecli/yb0533 dat enkel een wettelijke basis voldoet is te beperkt! Het Leeuwardse arrest over de stuiting bij exploot (dat kan ook bij brief!) is daar een voorbeeld van.  Een ander mooi voorbeeld is de nieuwe mededeling ex art. 7:271 lid 1 BW (niet voortzetten huur). Het gaat om exploten ter bewaring van rechten. De voornaamste drive was het vinden van een wettelijk verdedigbare grond om een BRP te nemen.

Ik heb de afgelopen dagen navraag gedaan want de argumenten van Andre Moerman zijn zeer sterk en ook de discussie over de kosten spreekt me zeer aan want het gaat om kwetsbare groepen waarmee je te maken hebt maar niet beslissend, want kosten van dagvaardingen en dwangbevelen komen ook ten laste van die groepen.

De oproeping voor e-court bij exploot vind ik op zich voldoende verdedigbaar:  de procedure leidt tot een executoriale titel en ik ben dan zo vrij te verwijzen naar het arrest Ajax/Reule waarin de HR vaststelde dat allerlei rechtsingangen tot een titel kunnen leiden. Niets verzet zich er dan naar mijn mening tegen de e-court oproeping bij exploot te doen met bijbehorende BRP en DBR. Art. 2 van de gdw-wet heeft het over dagvaardingen en betekeningen ter instructie van een rechtsgeding. Het is in de rechtspraak en literatuur nooit een punt geweest dat iemand voor een arbitraal geding bij exploot wordt  opgeroepen.  De grote vraag van dit moment is of dan ook kosten gerekend mogen worden.

Het tarief hiervoor bestaat m.i. niet: ik kan enkel veronderstellen dat het dichtstbijzijnde tarief is genomen. Let wel: het BTaG pretendeert niet uitputtend te zijn.  Het mijnenveld dat voor mij ligt  – kosten toelaatbaar –   ga ik nu niet (meer) betreden: ik laat het aan de Minister om Kamervragen te beantwoorden. Los daarvan vind ik wel dat het nu aan de bevoegde rechter is om een heel principieel punt op te pakken: het toetsen van de rechtsbescherming en daarvoor is een actie bij het Hof Arnhem-Leeuwarden nodig.

 Wie begint de crowdfunding hiervoor want de rechtspraak in alle Arrondissementen buiten Overijssel staat er bij en kijkt er naar.

 

By |2018-01-30T14:53:48+00:0030 januari 2018|Actueel, Nieuws|0 Comments

About the Author:

Meer weten over deze of andere interessante cases? Heeft u zelf een complexe zaak die u eens vrijblijvend wilt voorleggen? Neem contact met mij op, u kunt mij telefonisch bereiken op 023 - 5613465 of per e-mail via maarten@debloggendedeurwaarder.nl.

Leave A Comment